In mijn vorige verhaal heb ik aangegeven dat ik nog veel moest leren bij mijn eerste stappen in de wereld van de gehandicaptenzorg. Gehandicaptenzorg, zo zie ik mijn werk eigenlijk helemaal niet. Ik vind mijzelf veel meer een onderdeel van een groep volwassenen, die dagelijks hun werkzaamheden uitvoeren. Iedereen heeft daar zijn eigen rol in en ik voel me dan ook niet speciaal de begeleider.
Inmiddels hebben we met de groep al aardig wat vaste werkzaamheden kunnen vinden. Zo zijn we begonnen met het schoonhouden van de voetbalvelden van Flevo-Boys en SC Emmeloord. Door het werk leer je elkaar op een ongedwongen manier goed kennen.

Observatie en inlevingsvermogen

Mijn cliënten zorgen steeds voor hun eigen leerdoelen. Niet door met ze aan tafel te gaan zitten en er dan naar vragen. Dan zou er weinig uitkomen gezien hun niveau. Ze laten gewoon zien wat ze wel en niet kunnen tijdens allerlei werkzaamheden. Het is aan mij om dat op te merken. Observatie en inlevingsvermogen zijn dan zeer belangrijk. Door deze werkwijze merkte ik dat mijn cliënt Daniël moeite had om buiten mijn nabijheid goed te kunnen functioneren. Hij had altijd een lijntje nodig. Op zo`n moment is het fijn om het werk en een doel te gaan combineren. De eerste weken werkten hij en ik samen rondom de velden. Andere cliënten zochten juiste de vrijheid op die ze van mij kregen.

Steeds een stapje verder

Toen Daniël op dit gebied het vertrouwen had, zijn we langzaam uit elkaar gaan werken. Hij de ene kant rond het veld, ik de andere kant op. Zo zijn we een aantal maanden bezig geweest. Steeds gingen we een stapje verder, totdat hij uiteindelijk helemaal zelfstandig rondom het veld ging. Dat hij de eerste weken bijna geen vuil meenam om maar zo snel mogelijk rond te zijn, gaf niks. Ons werk was een middel en geen doel op zichzelf.
 
Op deze wijze hebben de cliënten eigenlijk zelf hun eigen werkdoelen gemaakt. Het gedrag van een cliënt was voor mij een aanleiding om er iets mee te doen. In positieve zin, dus vasthouden wat dit teweeg had gebracht, of de leermomenten omzetten in ondersteunende acties.

Gegroeid

Kijk ik nu terug op Daniël, dan is hij in dat opzicht ontzettend gegroeid. Een mooi voorbeeld was op de dag dat zijn moeder eens mee liep. We werkten toen nog in een verzorgingstehuis in Emmeloord. De groep verzamelde binnen het oud papier van alle etages. Echter Daniël ging altijd eerst alleen rondom het gebouw het zwerfvuil opruimen. Toen we daar aankwamen pakte iedereen zijn werkzaamheden zelfstandig op. Zo ook Daniël, met vuilniszak en knijper ging hij terug naar buiten.

Blik van trots

Zijn moeder keek me verbaasd aan en vroeg: 'Wat gaat hij doen?'. 'Rond het gebouw rotzooi opruimen', was mijn antwoord. Hier had ze haar bedenkingen over. 'Ja maar…stel dat …en als'. Om haar gerust te stellen, vroeg ik haar mee naar boven te gaan. Daar kon ze haar zoon helemaal rondom het gebouw volgen. Haar angst sloeg al snel om in een blik van trots. Trots op de verrichtingen van haar zoon. En Daniël, Daniël liep luid zingend, met het meenemen van al het vuil, helemaal zelfstandig rond het gebouw. Zo zie je hoe iets heel kleins kan uitgroeien tot iets groots voor deze cliënt en in dit geval zeker ook voor zijn moeder.
 
Johannes